Het sprookje van het rimpelloze meer
Ik hoor het in mijn praktijk bij leidinggevenden én medewerkers: Het discours rond psychologische veiligheid op het werk roept intussen veel weerstand op.
En ik snap het. Want de bijhorende foto’s van rust en warmte en gezelligheid die er vaak bij gebruikt worden, geven een onrealistisch beeld. En daar doen we niemand een plezier mee. Niet de medewerkers, niet de leidinggevenden, en zeker niet de organisatie als geheel.
Psychologische veiligheid op het werk is geen rimpelloos meer. Het is net de kunst om in woelige situaties toch te kunnen vertrouwen op je team en manager. Om te weten dat je er niet alleen voor staat wanneer het moeilijk wordt.
Frictie is geen bedreiging, het is de kern van je werk
Verandering. Resultaten. Vooruitgang. Dat is niet zacht.
En verschillende ideeën, tegengestelde meningen, afspraken, tegengestelde belangen, moeilijke gesprekken, proberen, falen, opnieuw beginnen, … horen daar onlosmakelijk bij. Dat is niet het tegenovergestelde van veiligheid. Dat ís veiligheid in de praktijk.
Waar echte veiligheid wél om draait
Echte veiligheid betekent dat je als medewerker en manager weet: hier mag ik mijn mening geven, ook als die afwijkt.
Hier mag ik afspraken maken, ook als die niet alleen leuk zijn.
Hier worden moeilijke gesprekken gevoerd, maar wel respectvol.
Hier mag ik fouten maken, want zo leren we.
Hier wordt conflict niet vermeden, maar constructief aangegaan.
Van schijn harmonie naar echte veiligheid: 4 hefbomen
Hoe bouw je zo’n cultuur in de praktijk? 4 concrete hefbomen:
1. Maak ongemak normaal
Zeg expliciet aan de start van een project of vergadering: “We gaan het vandaag niet over alles eens zijn, en dat is de bedoeling.” Beloon de persoon die het oneens durft te zijn in plaats van de spanning meteen weg te masseren.