Me-time. Bah.

Wat heb ik er een hekel aan. Ik wil er niet van weten.

Me-time is een pleister op een wonde.
Maar dan op een wonde die iets helemaal anders nodig heeft dan een pleister. Zuurstof bijvoorbeeld.

Jezelf verwennen

“Hu? Wat kan je nu tegen me-time hebben? Lekker jezelf verwennen?”
Ja. Dat dus.

Als ik over me-time hoor of lees gaat het 9 op de 10 over compensatiegedrag. Heel veel tegen je zin doen, over je grenzen gaan, pleasen, te hard en te veel, of veel te weinig en te zacht. Alleszins veel wat je energie kost, je humeurig maakt, je dromen opzij ramt en je uitput.
Om dan af en toe, eindelijk even te kunnen ademen.
En dat is dan me-time. Om daarna weer de rottigheid in te duiken.
Nee. Dankjewel.

Me-time is geen zelfzorg.

Me-time is geen zelfzorg. In het allerbeste geval kan het een start zijn om wel tot echte zelfzorg te komen.
En zelfzorg is dan meer ja zeggen op wat je wel voldoening geeft, uitdaagt, enthousiast maakt, ontspant, een blos op je wangen en lichtjes in je ogen geeft.

Ik doe dus niet aan me-time. Want dat zou willen zeggen dat ik iets te compenseren heb. En als dat nodig is zal ik wat zaken gaan hertekenen. Schrappen, bijschaven, creëren, bijleren, communiceren, hulp vragen. Het anders doen.

Ook jij kan stap per stap meer architect van je eigen leven worden. Keuzes maken die bij je passen. Neem geen genoegen met af en toe me-time. Je hebt meer in je mars.